Watersnood

Het meer waaraan wij nu zo zorgeloos recreƫren
was ooit een weidse binnenzee
die bracht ook heel veel welvaart voor ons mee
van vis tot wol en laken, handel voor Harderwijker heren

Maar periodiek, met vaste regelmaat waren de dijken
als de zee ontstak in woeste razernij
te laag en vocht diezelfde zee zich vrij
overspoelde stad en land, deed weringen bezwijken

Ook in onze stad werd dan de vrees gevoeld
besef van onmacht tegen grootse elementen
Die kwam tezamen met het water door de binnenstad gespoeld

De botters in de haven, werkten zich bijkans los
bewogen wild op het ritme van de wind en golven
Als angstig vee, wild rukkend, aan hun tros

Ter gelegenheid van de honderdjarige herdenking van de Watersnoodramp uit 1916, op 13 januari bij de Smeepoort in Harderwijk.